Thomas Szasz

Thomas Stephen Szasz, (geboren als Szász Tamás István, Boedapest, Hongarije, 15 april 1920 – 8 september 2012) was psychiater en wetenschapper.

Sinds 1990 was hij emeritushoogleraar psychiatrie van de State University of New York, faculteit gezondheidswetenschappen, in Syracuse, New York. Hij was een prominent figuur in de antipsychiatrie-beweging, een bekende maatschappijcriticus en criticus van zowel de morele en wetenschappelijke grondslagen van de psychiatrie en de maatschappelijke controlefunctie van de geneeskunde in de huidige maatschappij, als van het geloof in de wetenschap. Hij is zeer bekend door zijn boeken The Myth of Mental Illness (De Mythe van de Psychiatrische Stoornis) (1960) en The Manufacture of Madness: A Comparative Study of the Inquisition and the Mental Health Movement (De Productie van Waanzin: een Vergelijkend Onderzoek van Inquisitie en Geestelijke Gezondheidszorg) (1970) die een aantal thema’s uiteenzetten, waarmee hij het meest in verband wordt gebracht.

Zijn ideeën over de specialistische behandeling komen voort uit klassieke liberale redenen, die gebaseerd zijn op het principe dat iedereen een lichamelijk en geestelijk zelfbeschikkingsrecht heeft en tevens het recht heeft om gevrijwaard te zijn van geweld door anderen. Toch had hij evenzeer kritiek op de “vrije wereld” als de communistische landen, voor hun gebruik van de psychiatrie en hun angst voor medicijnen. Hij vond dat suïcide, de geneeskundige praktijk, gebruik en verkoop van medicijnen en seksuele relaties privé en een kwestie van onderlinge afspraak zouden moeten zijn en buiten de jurisdictie zouden moeten vallen.

In 1973 riep de American Humanist Association hem uit tot Humanist van het Jaar.

Szasz is een criticus van de invloed van de huidige geneeskunde op de maatschappij, die hij beschouwt als de secularisatie van de greep van de godsdienst op de mensheid. Bij zijn kritiek op het geloof in de wetenschap, richt hij zich in het bijzonder op de psychiatrie, waarbij hij de kruistocht benadrukt van de psychiatrie, aan het eind van de 19e eeuw, tegen masturbatie of het toepassen van lobotomie bij de behandeling van schizofrenie. Als samenvatting van zijn idee over de geneeskunde, verklaarde hij:

Omdat theocratie de heerschappij van God of van zijn priesters is, en democratie de heerschappij van het volk of de van de meerderheid, is farmacratie dus de heerschappij van de geneeskunde of van de artsen.

Hij was van mening dat:

“het gevecht om de definitie onmiskenbaar het gevecht is om het leven zelf. In de klassieke Western vechten twee mannen wanhopig om het bezit van een wapen dat op de grond is gegooid: wie het wapen te pakken krijgt, schiet als eerste en blijft in leven; zijn tegenstander wordt neergeschoten en sterft. In het gewone leven gaat het gevecht niet om wapens maar om woorden; wie het eerst de situatie definieert is de winnaar; zijn tegenstander het slachtoffer. In een gezin kunnen bijvoorbeeld man en vrouw, moeder en kind niet met elkaar opschieten; wie definieert wie als lastig of geestelijk gestoord?…[degene] die als eerste het woord te pakken krijgt, legt de werkelijkheid op aan de ander;[degene] die definieert is dus de sterkste en leeft; en [degene] die wordt gedefinieerd wordt onderworpen en kan er aan onderdoorgaan.”

Zijn belangrijkste thema’s kunnen als volgt worden samengevat:

Medicijnverslaving is geen “ziekte” die genezen moet worden door middel van wettelijk toegestane medicijnen (methadon in plaats van heroïne; wat ook voorbijgaat aan het feit dat heroïne op de eerste plaats werd ingevoerd als vervanger voor opium), maar een sociale gewoonte. Szasz pleit ook voor een vrije markt voor medicijnen. Hij bekritiseert de oorlog tegen drugs, waarbij hij stelt dat drugsgebruik in feite een misdrijf zonder slachtoffers is. Juist het verbod leidt tot misdrijven. Hij laat zien hoe de oorlog tegen drugs ertoe leidt dat regeringen dingen doen die een halve eeuw eerder nooit bedacht waren, zoals iemand verbieden om bepaalde stoffen in te nemen of ingrijpen in andere landen om de teelt van bepaalde planten te verhinderen (b.v. plannen om cocaplantages te vernietigen, of de campagnes tegen opium reusable drink bottles; beiden zijn traditionele aanplanten, waar de Westerse wereld tegen is). Hoewel Szasz sceptisch staat tegenover de zegeningen van psychotrope medicijnen, is hij voor de afschaffing van het verbod op drugs. “Omdat wij voor voedsel een vrije markt hebben, kunnen wij alle ham, eieren en ijs kopen die we willen en kunnen betalen. Als we een vrije markt voor drugs zouden hebben, zouden we eveneens alle barbituraten, chloralhydraat en morfine kunnen kopen die we zouden willen en kunnen kopen.” Szasz betoogde dat het verbod en andere wettelijke beperkingen van drugs niet wordt gesteund omdat ze levensgevaarlijk zouden zijn, maar met een ritueel doel (hij citeert Mary Douglas’s onderzoek van rituelen). Hij wijst er ook op dat pharmakos, de Griekse oorsprong van het woord farmacologie, oorspronkelijk ‘zondebok’ betekent. Szasz noemde farmacologie “farmacomythologie” omdat zij in haar onderzoeken ook maatschappelijke gebruiken betrekt, en met name de categorie “verslaving” in haar programma meerekent. “Verslaving” is een maatschappelijke categorie, betoogde Szasz, en drugsgebruik zou eerder begrepen moeten worden als een maatschappelijk ritueel, dan uitsluitend als de handeling van het innemen van een chemische substantie. Er bestaan vele manieren om een chemische substantie of drug toe te dienen, net zoals er vele verschillende cultuurbepaalde manieren zijn om te eten of te drinken. Daarom verbieden sommige culturen bepaalde soorten stoffen, die zij “taboe” noemen, terwijl zij bij hun verschillende soorten ceremonies van andere stoffen gebruikmaken.

Szasz is in verband gebracht met de antipsychiatrie-beweging van de jaren zestig en zeventig, hoewel hij zich ertegen heeft verzet om als antipsychiater geëtiketteerd te worden. Hij is niet tegen de gang van zaken in de psychiatrie, als het maar niet gedwongen is. Hij stelde dat de psychiatrie een contractuele dienstverlening zou moeten zijn tussen gelijkgezinde mensen, zonder tussenkomst van de staat. In een documentaire uit 2006 met de titel Psychiatry: An Industry of Death, uitgebracht op DVD, beweert Szasz dat onvrijwillige opname in een psychiatrische inrichting een misdaad tegen de menselijkheid is. Szasz dacht ook dat de onvrijwillige opname, als men zich daar niet tegen verzet, zal uitgroeien tot een “farmacratische” dictatuur.

Samen met de Scientology-kerk richtte Szasz in 1969 de Citizens Commission on Human Rights (CCHR) op, om behulpzaam te zijn met het schonen van het terrein van de mensenrechten van misbruiken. In de thematoespraak ter gelegenheid van de 25e verjaardag van de CCHR, verklaarde Szasz: “Wij zouden allemaal de CCHR moeten prijzen, omdat het daadwerkelijk de organisatie is, die voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid een politieke, maatschappelijke en internationale belangrijke stem heeft georganiseerd om de psychiatrie te bestrijden. Dat is in de geschiedenis van de mensheid niet eerder gebeurd.” Szasz beweerde zelf dat hij nooit lid is geweest van of betrokken is geweest bij Scientology. In 2003 werd de volgende verklaring, geautoriseerd door Szasz, geplaatst op de officiële Szasz-website, door de beheerder daarvan, Jeffrey Schaler, waarin uitleg wordt gegeven over de relatie van Szasz tot de CCHR:

“Szasz was medeoprichter van de CCHR, in dezelfde geest waarin hij — samen met de socioloog Erving Goffman en de hoogleraar rechten George Alexander — het Amerikaanse genootschap voor de Afschaffing van de Onvrijwillige Psychiatrische Opname had opgericht….

Szasz’s critici beweren, anders dan zijn opvatting, dat dergelijke ziekten tegenwoordig standaard “op een wetenschappelijke manier worden benaderd, gemeten of getoetst.” Op de lijst van groeperingen die zijn opvatting verwerpen, dat een psychische stoornis een mythe is, bevinden zich de American Medical Association (AMA) , de American Psychiatric Association (APA) en het National Institute of Mental Health (NIMH).

De werkzaamheid van medicatie wordt gebruikt als een argument tegen de opvatting van Szasz, dat depressie een mythe is nicest football jerseys. In een debat met Szasz, verklaarde Donald F. Klein, M.D:

“Het is een basisgegeven dat antidepressiva weinig uitrichten bij normale mensen en geweldig werkzaam zijn bij het klinisch depressieve individu, waaruit blijkt dat het een ziekte is.”

In hetzelfde debat stelt Frederick K. Goodwin, M.D :

“Het idee ziekte betekent in de geneeskunde in wezen een bepaald aantal symptomen waar mensen het over eens zijn, en in het geval van depressie zijn we dat in 80% van de gevallen. Het is een bepaald aantal symptomen dat iets voorspelt.”

Szasz betoogt dat alleen psychische stoornissen worden gedefinieerd op basis van consensus en een bepaald aantal symptomen. Dat is niet het geval. Lichamelijke ziekten zoals het syndroom van Kawasaki (een afwijking van hart en bloedvaten) en de ziekte van Menière (een afwijking van het binnenoor) worden op dezelfde manier gedefinieerd.

Als punt van kritiek wordt ook aangevoerd dat veel lichamelijke ziekten vastgesteld en zelfs met, op zijn minst, enig succes behandeld werden, tientallen jaren, eeuwen en zelfs duizenden jaren voordat hun oorzaak nauwkeurig was vastgesteld. Diabetes is daar een duidelijk voorbeeld van. In de ogen van de critici van Szasz lijkt het dat dergelijke historische feiten zijn opvatting ondermijnen, dat geestesziekten “schijnziekten” moeten zijn, omdat hun, in de hersenen gelegen, oorzaak niet echt begrepen wordt.

van de publicaties van Szasz.

SUP = . Engels

Nederlandse vertalingen:

Engels